Het was een ochtend begin november toen een bewoner van een rijtjeshuis in Amersfoort de gordijnen openschoof en zag dat het binnenste glas van zijn dubbele ramen kletsnat was. Hij verwarmde de woonkamer op 18 graden, hing zijn natte jas binnen te drogen en zette de afzuiging in de badkamer nooit aan. Zijn probleem was niet de kou, maar de lucht die te vochtig was geworden. Voor wie zich dat ook afvraagt: in huis hoort de relatieve luchtvochtigheid tussen de 40 en 60 procent te liggen, en bij 18 graden mik je het liefst op 45 tot 55 procent.
Waarom precies die waarden, is makkelijk uit te leggen. Onder de 40 procent wordt de lucht droog, krijg je een droge keel, statische elektriciteit en barsten in houten meubels. Boven de 60 procent begint schimmel zich te vestigen, vooral in hoeken waar de muur kouder is dan de rest van de kamer. Hoe lager de temperatuur in huis, hoe sneller de lucht verzadigd raakt, en dat is precies wat er in november gebeurt: je stookt zuinig, het buiten wordt kouder en je ramen worden de koudste plek van het huis.
Daar zit ook de verklaring voor de condens op glas. Bij 18 graden en een luchtvochtigheid van 60 procent ligt het dauwpunt op ruim 10 graden. Raakt je raam kouder dan dat, dan slaat het vocht neer. Bij 50 procent zakt het dauwpunt naar ongeveer 7 graden, en bij 70 procent stijgt het naar ruim 12 graden. Dat betekent dat een gewoon raam op een frisse novembernacht met 5 graden buiten al snel onder die grens zit, zeker bij enkel glas. Vandaar dat het voor een gezond binnenklimaat verstandig is om niet alleen de temperatuur maar ook de vochtigheid in de gaten te houden. Een eenvoudige hygrometer kost een paar euro en hangt zo aan de muur in de woonkamer, de slaapkamer en de badkamer.
Zit je boven de 60 procent, dan zijn de oplossingen beter dan vaak gedacht. Luchten helpt het meest: zet twee keer per dag, tien minuten lang, een raam aan weerszijden van het huis open. Dat kost veel minder energie dan je denkt, omdat de muren warm blijven. Zet de afzuiging aan tijdens en een kwartier na het douchen, droog de was waar mogelijk buiten of in een goed geventileerde ruimte, en zet meubels een paar centimeter van koude buitenmuren. Een luchtontvochtiger is pas nodig als dit niet genoeg is, en dan het liefst een model met een vochtmeter die zichzelf uitschakelt bij 50 procent.
Zit je er juist onder, wat in een goed geïsoleerd huis met verwarming op volle toeren kan gebeuren, dan helpt het om planten neer te zetten, wasgoed binnen te drogen of een bakje water op de verwarming te plaatsen. Wees wel voorzichtig met te veel vocht, want de balans is smal. De bewoner uit Amersfoort heeft inmiddels een hygrometer in elke kamer en lucht dagelijks. Zijn ramen zijn droog en de lucht in huis voelt rustiger. Het is een kleine investering met een merkbaar resultaat, en dat is precies wat je van een novemberklus mag verwachten.
Wie het in één regel wil onthouden: houd je huis op 18 tot 20 graden en tussen 40 en 60 procent vochtigheid, en meet het gewoon.