Op een donderdagavond in november stond een stel in hun nieuwe woonkamer van 20 vierkante meter naar het plafond te staren. Er hing één lamp in het midden, en hoe hard die ook brandde, de hoeken bleven donker en de bank leek op een eiland in een grijs meer. Hun vraag was dezelfde als die van veel mensen die verhuizen: hoeveel lichtpunten heb je eigenlijk nodig? Het korte antwoord is vijf, verdeeld over drie hoogtes, samen goed voor zo'n 3200 lumen.
Dat getal komt niet uit de lucht vallen. Voor een woonkamer rekenen verlichtingsadviseurs doorgaans 150 tot 200 lumen per vierkante meter, en bij 20 vierkante meter betekent dat 3000 tot 4000 lumen in totaal. Een lichtpunt is niet hetzelfde als een lamp met een hoog vermogen: je wilt niet één felle bron, maar meerdere zachte bronnen die samen die hoeveelheid halen. Zo ontstaat het gevoel van een warme kamer in plaats van een kantoor. In de woonkamer van het stel werd het uiteindelijk één plafondlamp van 1200 lumen, twee vloerlampen van elk 600 lumen en twee tafellampen van 400 lumen, samen 3200 lumen, oftewel 160 lumen per vierkante meter.
Drie hoogtes in plaats van één
De kamer werd pas echt prettig toen het licht niet meer uit één richting kwam. Het plafondlicht zorgt voor de basis, zodat je kunt zien waar je loopt en de kamer kunt opruimen, maar het maakt het gezicht plat en de schaduwen hard. De vloerlampen halen het licht op ooghoogte naar beneden en lichten de hoeken uit, terwijl de tafellampen op het dressoir en het bijzettafeltje een zachte, lage gloed geven. Door de lichtbronnen op verschillende hoogtes te zetten, krijgt de ruimte diepte, en dat is precies wat een kleine woonkamer groter doet lijken. Een goede vuistregel is dat je vanaf elke zitplek minstens twee lichtbronnen ziet, zonder dat je rechtstreeks in een lamp kijkt.
Let ook op de kleur. Kies voor de woonkamer een lamp van 2700 kelvin, dat is warmwit, en houd alle lampen in de kamer op dezelfde kleurtemperatuur. Eén koelwitte lamp tussen vier warme valt meteen op en maakt de sfeer koud. Dimbaar is een groot pluspunt, want met een dimmer pas je dezelfde vijf lichtpunten aan van een filmavond met 30 procent van het licht tot een opruimbeurt op volle sterkte. Check wel of je lamp en dimmer samen werken, want niet elke ledlamp is geschikt.
Wat doe je als de kamer anders is?
De rekensom werkt voor een gewone kamer met een hoogte van zo'n 2,6 meter en lichte wanden. Heb je donkere muren, een donkere vloer of grote ramen op het noorden, tel dan een kwart extra lumen op en kom je op ongeveer 4000 tot 4500 lumen. Bij een kamer die ook als werkplek dient, plaats je bij het bureau een eigen lamp van 500 tot 800 lumen. Een grotere kamer van 30 vierkante meter vraagt om 4500 tot 6000 lumen, maar dan verdeel je ze over zes of zeven lichtpunten en niet over drie grote.
Het stel uit het begin heeft de plafondlamp trouwens nooit meer volledig aangezet. Ze gebruiken hem alleen nog bij het schoonmaken, en de rest van de week brandt het licht uit de vloerlampen en tafellampen. Wie zijn woonkamer opnieuw wil verlichten, begint dus niet met het kopen van een sterkere lamp, maar met de vraag waar de schaduwen vallen en welke hoek het donkerst blijft. Daar hoort het volgende lichtpunt.